Vliegen kun je op verschillende manieren bestrijden. De belangrijkste is en blijft schoon en hygiënisch werken, immers geen voedselbron of broedplaats betekent minder vliegen.
We kunnen de bestrijding verdelen in:
- Schoonhouden werkomgeving
- Biologische bestrijding
- Fysische bestrijding
- Chemische bestrijding
Schoonhouden werkomgeving tegen vliegen
In verwarmde stallen zijn vliegen het gehele jaar aanwezig. Met een goede algemene hygiëne in en rond de dierenverblijven voorkom je dat er broedplaatsen voor vliegen ontstaan. Dus zullen zij zich minder gemakkelijk kunnen voortplanten.
Denk vooral aan:
- het opruimen van afval,
- het bewaren van afval in gesloten vaten etc.,
- het opruimen van de mest,
- het dagelijks grondig reinigen van de voederbakken en de voeropslagplaatsen,
- het afdekken van silovoer,
- het dichten van gaten en kieren in vloeren, wanden.
Hoe kan je voorkomen dat opgeslagen mest een ideale broedplaats wordt voor vliegen?
- Vermijdt korstvorming op mengmest; dus regelmatig omroeren of tijdig weghalen. Houdt vaste mest droog: gebruik eventueel ventilatoren in diepe mestputten en over transportbanden. Gebruik eventueel houtzaagsel i.p.v. stro. Zijn er geen lekken in de drinkwaterleidingen?
- Dek mesthopen toe, hierdoor wordt de temperatuur erin te hoog om als broedmedium te fungeren.
- Ploeg de mest, die werd uitgereden op het land, onmiddellijk en diep genoeg onder.
Biologische bestrijding van vliegen
Door gebruik te maken van de natuurlijke vijanden van de vlieg kun je op een biologische wijze de vliegen bestrijden.
Mest die lange tijd wordt opgeslagen en die voldoende droog wordt gehouden bevat veel mijten en kevers die zich voeden met o.a. vliegenlarven. Larviciden op basis van organofosfaten (zie chemische bestrijding) doden deze natuurlijke vijanden en hebben dus niet de voorkeur om te worden gebruikt!
Voor de biologische bestrijding wordt gebruik gemaakt van de roofvlieg of drijfmestvlieg. De larven van de roofvlieg eten de larven van de huisvlieg op. Poppen van deze vlieg kunnen aangekocht worden. Soms heeft de roofvlieg zich op natuurlijke wijze in de stal geïnstalleerd, vooral in kalverstallen. Het gebruik van sproeimiddelen of larve-dodende middelen zijn dan niet gewenst.
Fysische bestrijding van vliegen aan te raden
Fysische bestrijdingsmiddelen zijn bijvoorbeeld elektrische insectenverdelgers en vliegenvangers met kleefstof.
Veestallen zijn echter vaak erg stoffig en hierdoor werken deze apparaten meestal niet optimaal en zijn dus niet toereikend bij de bestrijding van vliegen. Omdat deze middelen alle vliegen vangen, zowel de voor een insecticide gevoelige als ongevoelige vliegen, is het gebruik (in combinatie met een bestrijdingsmiddel) zeker aan te raden.
Chemische bestrijding van vliegen
Insecticiden zijn slechts een hulpmiddel in de vliegenbestrijding. Zonder een goede algemene hygiëne (sanitaire bestrijding) zal een vliegenbestrijding nooit een optimaal resultaat leveren.
Bij het gebruik van insecticiden is het belangrijk niet alleen de volwassen vliegen maar ook de maden of vliegenlarven te bestrijden. Het bestrijdingsplan dient hier dan ook op te worden afgestemd.
Vliegenlarven vroeg in het jaar bestrijden
Vliegenlarven dien je te bestrijden vanaf enkele weken vóór de te verwachten vliegenoverlast (vroege lente). Je brengt het larvicide (insecticide voor het verdelgen van vliegenlarven) aan op mogelijke broedplaatsen. Dit zijn de plaatsen waar mest, stro, voedselresten blijven liggen, zoals onder en rond voederbakken, dicht bij de muren, in spleten en goten, op voederopslagplaatsen, eventueel op de mestkorst in de mestkelder, enz.
Adulticiden (insecticiden voor het verdelgen van volwassen vliegen) gebruik je als er sprake is van vliegenoverlast. Je brengt het aan op de rustplaatsen van de vliegen. Zoals muren, plafond, vensterbanken, enz. En eventueel op de dieren zelf.
Er zijn veel verschillende soorten producten in de handel. Zoals sproeimiddelen, spuitbussen, strijkmiddelen, strooimiddelen enz. Voor het gebruik (methode, concentratie, frequentie) volg nauwkeurig de gebruiksaanwijzing.
Resistentie bij vliegen tegen insecticiden
Bij het veelvuldig gebruik van dezelfde insecticiden (zelfde actieve stof) moet men resistentievorming proberen te voorkomen. Bij resistentie worden de vliegen ongevoelig voor het insecticide. Dit is een erfelijke eigenschap. De nakomelingen van de immune vliegen zullen dus ook minder gevoelig zijn.
Daarom is het noodzakelijk om bij de eerste tekenen van verminderde gevoeligheid over te gaan op een insecticide met een andere actieve stof. Vooral de huisvlieg staat bekend voor een snelle resistentievorming.
Tips om resistentie bij vliegen te voorkomen:
- Combineer verschillende bestrijdingsmethoden. Dus een bestrijdingmiddel combineren met andere middelen zoals elektrische insectenverdelgers en vliegenvangers met kleefstof.
- Beperk het aantal bestrijdingsbeurten met adulticiden. Gebruik deze bij overlast en zeker niet vaker dan voorgeschreven. Verdelg niet alleen volwassen vliegen, maar ook de vliegenlarven. Door beiden te bestrijden doorbreek je de levenscyclus van de vlieg (ei-larve-pop-vlieg).
- Verkies kortwerkende insecticiden boven langwerkend. Deze vertonen minder snel resistentievorming. De meeste spuitbussen bevatten kortwerkende insecticiden. De meeste sproeimiddelen zijn langwerkend.
- Kies insecten-groei-regulatoren boven andere larviciden.
- Verander regelmatig van product. Let wel op, insecticiden van een verschillend merk (verschillende naam) kunnen dezelfde actieve stof bevatten!
- Probeer niet de laatste vlieg te doden, dit is immers onmogelijk. En tenslotte zorg voor een schone werkruimte.

